Kasper van Kooten – ambassadeur van Kinderhulp – schrijft in zijn column in de Libelle deze week over zomervakantie voor kinderen die in armoede opgroeien. “Voor veel kinderen is hun zomervakantie eigenlijk niet vakantie, maar lang thuis zonder school. Het breekt je hart.”

Webafbeelding column Kasper V3

“Een vrouw zei: ‘voor velen gaat alles anders dit jaar, maar voor ons gaat ‘t altijd al zo’. Ze doelde op de zomervakantie in eigen land. Zij kunnen nooit ergens heen. Ik dacht na. Hier in de buurt worden de opzetzwembaden aangerukt alsof het wegwerpbekers zijn. En dat zijn geen lullige badjes waarbij je je het schompes pompt, maar met harde wanden van een meter hoog! De man met een écht zwembad in de tuin wordt al weken overdreven lief benaderd door de anders zo kribbige buurvrouw. Die voelt de bui al hangen omdat zij niet naar Bali kan, dus wil ze dolgraag haar vier koters zoveel mogelijk uit huis bonjouren, zodat zij in d’r Lamzac op het gazon met een licht rosé-tje even deze Libelle kan lezen en kan denken: ‘bedoelt die Van Kooten nou mij, of…?’

Als het ons niet gelukt is om een camper te huren, de beoogde glamping al vol zat, of het huis in Spanje er gewoon nog niet inzit qua vaccinaties, testen of quarantaine zijn we aan huis geklonken. Een enkele fietstocht langs de Linge of de Vecht (ik schreef ooit de liedjes ‘Thuis in Holland’ en ‘Hij wil weg’, die preciés hierover gaan) of na twee uur file onze tien teentjes in het overvolle brandzand van Scheveningen duwen, maar dat is het dan wel.

“Wat hebben deze kinderen dan te vertellen na die ellenlange periode vrij zijn maar niets kunnen?”

Velen blijven thuis en vieren enigszins gedwongen Hollandse zomervakantie. En dit is precies wat die moeder van vier met geen cent te makken bedoelde: dit is normaal voor ons. Ze had nooit het geld om op vakantie te gaan, zelfs niet naar een pretpark of de film, laat staan uit eten of een simpel ijsje halen. Hun zomervakantie is eigenlijk niet vakantie, maar lang thuis zonder school. Het breekt je hart, want ook hier weer denk ik: wat hebben deze kinderen dan te vertellen na die ellenlange periode vrij zijn maar niets kunnen? Negen van de tien kinderen uit de klas vertellen dat het héél leuk was omdat de Beekse Bergen weer open waren, vertellen stoer dat ze gedanst hebben met Italiaanse jongens tijdens een puber-disco in Toscane, of roepen trots dat ze boven mochten slapen in de camper. Maar de kinderen van deze moeder kunnen daar nooit over meepraten. Ze kunnen niets anders doen dan normaal: niets. Er is geen geld. Met hen veel andere gezinnen.

Daarom is het fantastisch dat Kinderhulp zich sterk maakt om ook deze zomer weer duizenden kinderen te voorzien van super leuke ‘Zomerpretpakketten’. Daarin zitten bijvoorbeeld kaartjes voor de film, een pretpark, een mooie tas met een bal voor het strand en al die dingen waarvan wij denken: doen we effe, maar die voor hen van cruciaal belang zijn om de vakantie ook echt als vakantie te voelen.

– door Kasper van Kooten, ambassadeur van Kinderhulp

Deze column is te lezen in Libelle nr. 31 op 7 juli 2021 en op libelle.nl.

Lees de vorige column van Kasper: Sociaal isolement door armoede