Voor veel kinderen is de periode vlak voor de zomervakantie de leukste tijd van het jaar. In de klas wordt afgeteld en er wordt gesproken over campings, pretparken, verre reizen en logeerpartijtjes. Er hangt een gevoel van verwachting in de lucht. Maar niet ieder kind telt af naar de zomervakantie. 

Voor een groeiende groep kinderen (en volwassenen) in Nederland betekent de zomer niet zes weken vrijheid, maar zes weken stilstand. Geen dagjes uit, geen vakantie, geen sportkamp, geen ijsje op een warme middag. Terwijl leeftijdsgenoten herinneringen verzamelen, brengen zij de zomer vooral thuis door. Dat klinkt misschien als een klein ongemak of als een teleurstelling. Maar het raakt aan iets veel fundamentelers. 

Wie aan armoede denkt, denkt vaak aan: niet genoeg geld voor kleding, boodschappen of de energierekening. Terecht, want die zorgen zijn groot. Maar armoede gaat ook over wat kinderen missen buiten de primaire levensbehoeften. Over langs de zijlijn staan. Over het gevoel dat de wereld van anderen groter is dan die van jou.  

Juist in de zomer worden die verschillen zichtbaar. Tijdens het schooljaar maakt het minder uit wie de nieuwste telefoon heeft of het grootste huis. Kinderen zitten in dezelfde klas en spelen op hetzelfde schoolplein. Maar zodra de vakantie begint, lopen levens ver uiteen. De ene maakt de mooiste herinneringen van zijn leven, terwijl de andere in zes weken vakantie nauwelijks iets meemaakt. Dat is niet alleen verdrietig op het moment zelf. Het werkt door in hun ontwikkeling. Kinderen in armoede maken die positieve ontwikkeling dus niet, of nauwelijks door in de vakantieperiode. Dit wordt misschien het pijnlijkst duidelijk in kringgesprekken na de vakantie en in het zelfvertrouwen waarmee een kind zich verhoudt tot leeftijdsgenoten. 

Hulpverleners zien dat dagelijks. Zij vertellen over kinderen die zich schamen omdat ze niets kunnen vertellen over hun vakantie. Over jongeren die liever stil blijven wanneer klasgenoten enthousiast verhalen uitwisselen. Over kinderen die leren hun wensen voor zichzelf te houden omdat ze weten dat er thuis geen geld voor is. Dat zou ons aan het denken moeten zetten. Want wanneer zijn we gaan geloven dat ontspanning, plezier en mooie herinneringen enkel een luxe zijn? Voor volwassenen zijn dat misschien extra’s. Voor kinderen zijn het de bouwstenen van hun jeugd. 

Daarom is het zo wrang dat juist nu, terwijl veel Nederlanders hun vakantiegeld al binnen hebben, een groeiende groep gezinnen moet rekenen of er überhaupt ruimte is voor iets extra’s. Niet omdat ouders niet willen. Integendeel. De meeste ouders doen er alles aan om hun kinderen een fijne zomer te bezorgen. Maar wanneer de boodschappen duurder worden, de energierekening stijgt en de vaste lasten blijven oplopen, worden uitjes als eerste geschrapt. 

Kinderen begrijpen nog niet wat inflatie is. Ze kennen geen koopkrachtcijfers. Ze weten niet wat bestaanszekerheid betekent. Maar ze voelen haarfijn aan wanneer ze niet mee kunnen doen. En juist daarom zouden we zomerpret niet moeten beschouwen als een luxe die alleen beschikbaar is als er geld overblijft. Voor kinderen is het iets veel wezenlijkers. Het is ontspanning. Ontwikkeling. Verbinding. Het gevoel erbij te horen. En dat zou niet afhankelijk moeten zijn van het saldo op de bankrekening van hun ouders. 

Gelukkig werken organisaties als VluchtelingenWerk, NS, de gemeente Amersfoort, Jeugdvakantieland en vele andere initiatieven en mensen eraan om de zomervakantiekloof te verkleinen. Bij Kinderhulp doen wij dit al jaren door Zomerpretpakketten te verspreiden, dit zijn rugzakken vol zomerplezier: stoepkrijt, een bal, waterspeelgoed, boekjes én een dagje uit voor het hele gezin. Lees hoe jij kunt bijdragen aan deze actie.  

En hoe trots ik ook ben op de bijdrage van onze organisatie, donateurs en partners, structurele verandering van dit probleem begint bij de erkenning van beleidsmakers én politici dat een zorgeloze zomer geen luxe is. Het is een fundamenteel onderdeel van een gezonde jeugd. Met dit uitgangspunt kunnen we werken aan een Nederland waarin de zomervakantie voor alle kinderen iets is om naar uit te kijken en om aan terug te denken. 

Bernique Tool – directeur-bestuurder van het Nationaal Fonds Kinderhulp